Ik heb een keer of zes, zeven op het Kiel gespeeld. Dat gebeurde altijd met Anderlecht. Beerschot haatte Anderlecht. Althans, dat zou je denken als je als speler van Anderlecht op een zaterdagavond tegen Beerschot in het stadion kwam. Dat was geen joelen meer, dat kon je regelrecht jouwen noemen. Wat hebben wij U toch gedaan meneer? Een man hing met het bovenlichaam over de afrastering heen, en krijste zijn afkeer van ons naar onze hoofden. Tierend, met de vuist in de lucht slaand, spuwend en paars wordend, jouwend. Hij schold een Anderlechtenaar uit. Als we in hetzelfde Antwerpen tegen FC Antwerp speelden, was de stemming anders. Wij wonnen meestal in de Bosuil (meen ik me te herinneren, kan ook totaal anders zijn) en de supporters hadden een welverdiend applausje voor het goede spel van de tegenstander over. Beerschot permitteerde zich nooit en te nimmer een verslapping in de oorlog met Anderlecht. Het was altijd een wedstrijd op het scherp van de snede.
Als ik op het Kiel speelde, moest ik altijd aan twee mensen denken: aan de heer Houben, die voor Anderlecht zijn doelpunten van op veertig meter bewaarde (ongelooflijke kogels waren dat, bominslagen in de kruising, die het jouwen deden verstommen en de Anderlechtenaren aan de grond nagelden van angst) en aan ir. Teengs De Rietschoten, scheidsrechter in de Nederlandse voetbalcompetitie. Teengs De Rietschoten floot ooit HBS-De Baronie in het jaar 1921 en legde het spel stil, toen iemand in de tweede rij van het publiek “buitenspel” riep. Ingenieur Teengs De Rietschoten begaf zich naar de kant en liet de onverlaat, na hem eerst vermanend te hebben toegesproken, uit het sportpark verwijderen. Hém zag ik in gedachten even op het Kiel naar de kant wandelen en zo’n Beerschotsupporter terecht wijzen, met alle gevolgen vandien.
Ik houd van de Beerschot-aanhang. Het is het beste publiek dat er bestaat. Je zou ze bij wijze van spreken allemaal elke minuut voor altijd uit het sportpark kunnen laten verwijderen, zo schandelijk vulgair zijn ze. Ze zijn de ware schoonheid van het voetbal. Beerschot! De naam alleen al. Beerschot: dat klinkt anders dan Lommel Sport, Germinal Ekeren, Olympique Marseille, PSV, FC Napoli of FC Barcelona. Met Beerschot ben je in de ware sferen van het Europese topvoetbal terechtgekomen. Beerschot is een naam die ouder is dan de geschiedenis van het voetbal zelf is. Beerschot: ik zie een geheimzinnig moeras voor me, en ergens zit een uil op een paal te dromen van de prehistorie. Het prairiegras rond het moeras is dood. Op de hoek is een café met rode lamp voor het raam. Het café heet Beerschot. Achter de tap staat een Beerschot-supportster – décolleté, witte naaldhakken, netkousen -, achter haar rug: een foto van de ploeg uit het seizoen 504-505. Er was al eeuwenlang Beerschot en pas toen begonnen wakkere Belgen ballen uit Engeland over te schepen en er op het vasteland voorzichtig tegen aan te trappen. AA Gent, Club Brugge en Real Madrid klinken als de naam van een nieuwe supermarkt in Lokeren, die de plaatselijke basketbalclub sponsort. Beerschot torent qua naam huizenhoog boven vriend en vijand uit. Ik heb altijd medelijden met de tegenstander, als hij op het Kiel arriveert. Met elke kilometer de de spelers- en supportersbussen het Kiel naderen, wordt het ontzag groter.
In het bestuur zitten nog mannen met geweldige horlogekettingen op de buik. Je ziet ze nauwelijks, want ze staan de hele dag in een rookkolom die uit hun sigaren kringelt. Ze hebben hun fortuin verdiend met de handel in koper en tabak. Half Sumatra schijnt van secretaris Hoydonckx te zijn. Beerschot. Je bent aangekomen in de categorie voetbalgroten die bestaat uit een klein en select gezelschap Traditionvereinen die de UEFA rijk is. Ik noem Wolverhamptom Wanderers, Grasshoppers, Schalke 04, Willem II, Bohemians Praga, B1903 Kopenhagen, Partizan Belgrado, Honved, Wiener SK, Sheffield Wednesday. Schitterende voetbalverenigingen. Ik weet zeker dat ze aandacht besteden aan het vervaardigen van een mooi vaantje, dat bij vriendschappelijke wedstrijden aan de tegenstander wordt overhandigd. Hun stadions zijn van hout. Als je naar hun trouwe aanhang kijkt, krijg je tranen in de ogen van ontroering, want hier zie je de ware supporter, de man en de vrouw die hun leven in een club hebben gestoken: Sheffield Wednesday, Schalke 04. Ze hebben de tegenstanders uitgejouwd op een manier, waarvan een fan van Paris Saint-Germian of Bayern München alleen maar kan dromen. (Bayern München: kan het patseriger, onbenulliger, jonger en on-voetbal-achtiger?) (De club in München is natuurlijk 1860 München). Beerschot heeft ze ook, de glorieuze supporters. Beerschot is niet weg te denken uit het Belgische voetbal. Ik scheld Beerschot hierbij alle schulden kwijt.
P.S. Ik zag de nieuwe Beerschot-voorzitter zojuist voor de BRT geïnterviewd worden. Hij had weliswaar geen erfstuk van een horlogeketting op een fraaie buik – deze man was meer een modern zakentype -, maar hij straalde vasthoudendheid uit die ons voorlopig goed van pas komt. Ik hoop dat hij Beerschot uit de moeilijkheden weet te halen en dat het eerste elftal in de hoogste Belgische afdeling blijft.
Leve de mannekes.
Door Jan Mulder
Met dank aan www.13forever.be
![]()
|